De zevende dag
Het brede scheppingsverhaal versmalt zich tot één tuin. Onze Vader plant die, zet de mens erin om hem te bewerken en te bewaken, geeft hem vrijheid met één beperking, noemt het dan niet goed dat hij alleen is en bouwt een vrouw uit zijn eigen zijde.
2 1Zo werden de hemel en de aarde voltooid, met alles wat daarbij hoort. 2Op de zevende dag had onze Vader zijn werk voltooid, en hij rustte op de zevende dag van alles wat hij gemaakt had. 3En onze Vader zegende de zevende dag en maakte die heilig, omdat hij op die dag rustte van al het scheppingswerk dat hij gedaan had.
Adam en Eva
4Dit is de geschiedenis van de hemel en de aarde toen ze geschapen werden, toen onze Vader aarde en hemel maakte. 5Er was op de aarde nog geen enkele struik van het veld, en er was nog geen gewas van het veld opgekomen, want onze Vader had geen regen op de aarde gestuurd, en er was geen mens om de grond te bewerken, 6maar waterbronnen kwamen op uit de aarde en bevochtigden het hele oppervlak van de grond. 7Toen vormde onze Vader de mens uit stof van de aarde, blies de levensadem in zijn neusgaten, en de mens werd een levend wezen. a a v7 ‘Een levend wezen’ draagt de relationele waardigheid van de mens, geschapen om oog in oog met onze Vader te leven. 8Toen plantte onze Vader een tuin in Eden, in het oosten, en hij plaatste daar de mens die hij gevormd had. 9Uit de grond liet onze Vader allerlei bomen opschieten, mooi om te zien en goed om te eten, met de boom van het leven midden in de tuin en de boom van de kennis van goed en kwaad. 10Een rivier kwam uit Eden om de tuin van water te voorzien; vanaf daar splitste ze zich in vier rivieren. 11De eerste heet Pison; die stroomt om het hele land Havila heen, waar goud te vinden is. b b v11 Havila was een streek die beroemd was om haar zuivere goud; de precieze ligging is niet meer bekend. 12Het goud van dat land is goed; ook aromatische hars en onyx zijn daar te vinden. c c v12 Bdellium was een geurige hars, in de oudheid even gewild als een edelsteen. 13De naam van de tweede rivier is de Gihon; die kronkelt door het hele land Kus. d d v13 Kus was een land ten zuiden van Egypte, in het gebied dat soms het oude Nubië wordt genoemd. 14De naam van de derde rivier is de Tigris, die ten oosten van Assyrië stroomt. De vierde rivier is de Eufraat. 15Onze Vader nam de mens en zette hem in de tuin van Eden om die te bewerken en te bewaken.
16En onze Vader gaf de mens dit gebod: “Van elke boom in de tuin mag je vrij eten; 17maar van de boom van de kennis van goed en kwaad mag je niet eten, want op de dag dat je ervan eet, zul je zeker sterven.”
18Toen zei onze Vader: “Het is niet goed dat de mens alleen is. Ik zal een helper maken die bij hem past.”
19Uit de grond vormde onze Vader alle dieren van het veld en alle vogels van de lucht, en hij bracht ze stuk voor stuk bij de mens om te zien hoe hij ze zou noemen. Zoals de mens elk levend wezen noemde, zo was zijn naam. 20De mens gaf namen aan al het vee, aan de vogels van de lucht en aan alle wilde dieren, maar voor Adam werd geen helper gevonden die bij hem paste. 21Toen liet onze Vader de mens in een diepe slaap vallen, en terwijl hij sliep, nam hij een van zijn ribben en sloot het vlees daarover. 22Toen bouwde onze Vader een vrouw uit de rib die hij uit de mens genomen had, en hij bracht haar bij de mens. 23De mens zei: “Eindelijk! Dit is been van mijn gebeente en vlees van mijn vlees; zij zal ‘vrouw’ worden genoemd, want zij is uit de man genomen.” 24Daarom verlaat een man zijn vader en moeder en hecht zich aan zijn vrouw, en zij worden één vlees. 25De mens en zijn vrouw waren allebei naakt, en ze schaamden zich niet.