Paulus schrijft aan Timoteüs
Paulus’ laatste brief, geschreven toen zijn dood nabij was, waarin hij de fakkel doorgeeft aan Timotheüs en hem opdraagt het woord te prediken.
1 1Van Paulus, apostel van Christus Jezus door de wil van onze Vader, overeenkomstig de belofte van het leven in Christus Jezus, 2aan Timoteüs, mijn geliefde kind: genade, barmhartigheid en vrede van onze Vader en van Christus Jezus, onze Heer.
Wakker het vuur aan dat onze Vader je gegeven heeft
3Ik dank onze Vader, die ik met een zuiver geweten dien zoals mijn voorouders deden, terwijl ik je voortdurend in mijn gebeden gedenk, nacht en dag. 4Als ik aan je tranen denk, verlang ik ernaar je te zien, zodat ik vervuld word van vreugde. 5Ik denk terug aan je oprechte geloof—dat eerst leefde in je grootmoeder Loïs en je moeder Eunike, en nu, daarvan ben ik overtuigd, ook in jou.
6Daarom herinner ik je eraan het vuur aan te wakkeren van de gave van onze Vader die in je is, door de oplegging van mijn handen. 7Want onze Vader heeft ons geen geest van angst gegeven, maar de Geest van kracht, liefde en zelfbeheersing. 8Schaam je dus niet voor het getuigenis van onze Heer, en ook niet voor mij, zijn gevangene, maar deel in het lijden voor het evangelie door de kracht van onze Vader. 9Hij heeft ons gered en geroepen met een heilige roeping, niet op grond van onze daden, maar op grond van zijn eigen plan en genade, die ons in Christus Jezus geschonken zijn voordat de tijd begon, 10en die nu bekend is geworden door de verschijning van onze redder Christus Jezus, die de dood heeft tenietgedaan en leven en onsterfelijkheid aan het licht heeft gebracht door het evangelie. 11Voor dit evangelie ben ik aangesteld als verkondiger, apostel en leraar. 12Daarom lijd ik op deze manier. Maar ik schaam me niet, want ik weet in wie ik geloofd heb, en ik ben ervan overtuigd dat hij kan bewaren wat mij is toevertrouwd, tot de dag waarop hij terugkeert.
13Houd vast aan het voorbeeld van de gezonde woorden die je van mij gehoord hebt, in geloof en liefde in Christus Jezus. 14Bewaar het goede dat je is toevertrouwd, door de Heilige Geest die in ons woont.
15Dit weet je: iedereen in de provincie Asia heeft zich van mij afgekeerd, onder wie Fygelus en Hermogenes. 16Moge onze Heer Jezus barmhartigheid bewijzen aan het huis van Onesiforus, want hij heeft mij vaak verkwikt en hij schaamde zich niet voor mijn ketenen. 17Integendeel, toen hij in Rome aankwam, zocht hij vol ijver naar mij totdat hij mij vond. 18Moge onze Heer Jezus geven dat hij barmhartigheid vindt bij de Heer op die dag. Je weet heel goed hoeveel hij in Efeze gediend heeft.