Weeklaag, schepen van Tarsis
De haven van Tyrus is verdwenen en haar handelspartners krijgen te horen dat ze moeten jammeren; kooplieden die koningen kroonden en van de zee een marktplaats maakten, verstommen. Onze Vader heeft het beraamd, om alle glorieuze trots neer te halen. Haar latere winst wordt heilig.
23 1Profetie over Tyrus: Weeklaag, schepen van Tarsis, want jullie haven is verwoest, achtergelaten zonder huis of onderkomen. Vanuit het land Cyprus heeft het nieuws hen bereikt. 2Wees stil, jullie die aan de kust wonen, kooplieden van Sidon, van wie de boden de zee oversteken. 3Over de grote wateren kwam het graan van Sichor, de oogst van de Nijl — dat was haar inkomen; en ze werd de marktplaats van de volken. 4Schaam je, Sidon, want de zee heeft gesproken, de vesting van de zee, en zegt: “Ik heb geen weeën gehad en niet gebaard, ik heb geen jongemannen grootgebracht en geen jonge vrouwen opgevoed.” 5Wanneer het bericht Egypte bereikt, zullen ze ineenkrimpen van angst bij het nieuws over Tyrus. 6Steek over naar Tarsis; weeklaag, jullie die aan de kust wonen. 7Is dit jullie uitgelaten stad, waarvan de oorsprong in de oudheid ligt, waarvan de voeten haar naar verre landen droegen om zich daar te vestigen? 8Wie heeft dit tegen Tyrus beraamd, de schenker van kronen, van wie de kooplieden vorsten waren, van wie de handelaars de geëerden van de aarde waren? 9De Vader van de hemelse legermachten heeft het beraamd — om alle prachtige trots te ontwijden, om alle geëerden van de aarde te vernederen. 10Stroom over je land als de Nijl, dochter van Tarsis; er is geen haven meer. 11Hij heeft zijn hand over de zee uitgestrekt; hij heeft de koninkrijken doen beven. Onze Vader heeft het bevel gegeven over Kanaän om haar bolwerken te verwoesten.
12Hij zei: “Je zult niet meer juichen, geschonden maagd, dochter van Sidon. Sta op, steek over naar Cyprus; zelfs daar zul je geen rust vinden.”
13Kijk naar het land van de Babyloniërs! Dit is het volk dat niet meer bestaat; Assyrië heeft het aan de woestijndieren prijsgegeven. Ze richtten hun belegeringstorens op, ze haalden zijn paleizen leeg, ze maakten het tot een puinhoop. a a v13 Hebreeuws: de Chaldeeën — het heersende volk van het oude Babylon. 14Weeklaag, schepen van Tarsis, want jullie bolwerk is verwoest. 15Op die dag zal Tyrus zeventig jaar lang vergeten worden, zo lang als het leven van één koning. Na zeventig jaar zal het lot van Tyrus zijn als het lied van de hoer: 16“Pak een harp, ga rond door de stad, vergeten hoer; speel mooi, zing vele liederen, zodat men zich jou weer herinnert.” 17Na zeventig jaar zal onze Vader naar Tyrus omzien, en zal ze terugkeren naar haar verdiensten en zich als hoer aanbieden aan alle koninkrijken van de wereld over heel de aarde. 18Maar haar winst en haar verdiensten zullen als heilig aan onze Vader worden afgezonderd. Ze zullen niet worden opgeslagen of opgepot; haar winst zal gaan naar hen die voor onze Vader leven, voor overvloedig voedsel en mooie kleding.