We hebben een pleitbezorger
Johannes schrijft opdat zijn lezers niet zondigen, en wijst op Jezus als hun voorspraak bij de Vader. Wie beweert hem te kennen en intussen een broeder haat, is nog in het donker. De wereld gaat voorbij, en wie wegging, laat zien wie hij is door de Zoon te verloochenen.
2 1Mijn lieve kinderen, ik schrijf dit zodat jullie niet zullen zondigen. Maar als iemand toch zondigt, hebben we een pleitbezorger bij de Vader: Jezus Christus, de rechtvaardige. 2Hij is zelf het verzoenende offer voor onze zonden, en niet alleen voor de onze maar ook voor die van de hele wereld. a a v2 Jezus is het offer dat onze zonde bedekt en het oordeel afwendt — niet alleen voor gelovigen, maar aangeboden voor de hele wereld. 3Hieraan weten we dat we hem hebben leren kennen: als we zijn geboden houden. 4Wie zegt: “Ik ken hem,” maar zich niet aan zijn geboden houdt, is een leugenaar; de waarheid is niet in hem. 5Maar bij wie zich aan zijn woord houdt, is de liefde van onze Vader werkelijk volmaakt geworden. Hieraan weten we dat we in hem zijn: 6Wie beweert in hem te blijven, moet ook zo leven als hij heeft geleefd.
7Geliefden, ik schrijf jullie geen nieuw gebod, maar een oud gebod, dat jullie vanaf het begin hadden. Dat oude gebod is het woord dat jullie hebben gehoord. 8Toch schrijf ik jullie een nieuw gebod — waar in hem en in jullie — want de duisternis gaat voorbij en het ware licht schijnt al. 9Wie zegt in het licht te zijn maar zijn broeder of zuster haat, is nog altijd in de duisternis. 10Wie zijn broeder of zuster liefheeft, blijft in het licht, en in hem is niets wat hem laat struikelen. 11Maar wie zijn broeder of zuster haat, is in de duisternis en leeft in de duisternis, en hij weet niet waar hij heen gaat, want de duisternis heeft zijn ogen blind gemaakt.
12Ik schrijf jullie, lieve kinderen, omdat jullie zonden vergeven zijn omwille van zijn naam.
13Ik schrijf jullie, vaders, omdat jullie hem kennen die er vanaf het begin is. Ik schrijf jullie, jonge mannen, omdat jullie de boze hebben overwonnen.
14Kinderen, ik schrijf omdat jullie de Vader kennen. Vaders, ik schrijf omdat jullie hem kennen die er vanaf het begin is. Jonge mannen, ik schrijf omdat jullie sterk zijn en het woord van onze Vader in jullie leeft en jullie de boze hebben overwonnen.
Heb de wereld niet lief
15Heb de wereld niet lief, en ook niets wat in de wereld is. Bij wie de wereld liefheeft, is de liefde van de Vader niet aanwezig. 16Alles wat in de wereld is — de begeerte van het vlees, de begeerte van de ogen en de hoogmoed van het leven — komt niet van de Vader maar van de wereld. 17De wereld gaat voorbij met al haar begeerten, maar wie de wil van onze Vader doet, blijft tot in eeuwigheid.
Pas op voor hen die de Zoon verloochenen
18Kinderen, het is het laatste uur. Zoals jullie hebben gehoord dat de antichrist komt, zo zijn er nu al veel antichristen gekomen; hieraan weten we dat het het laatste uur is. b b v18 “Antichrist” betekent “tegen” of “in plaats van” Christus. Johannes omschrijft hem als iedereen die ontkent dat Jezus de Christus is (2:22); er zijn er al “veel” gekomen, gedreven door “de geest van de antichrist” (4:3). 19Ze zijn bij ons weggegaan, maar ze hoorden niet bij ons; als ze bij ons hadden gehoord, zouden ze bij ons gebleven zijn. Maar ze zijn weggegaan, om te laten zien dat niemand van hen bij ons hoorde. 20Maar jullie hebben een zalving van de Heilige, en jullie kennen allemaal de waarheid. 21Ik schrijf jullie niet omdat jullie de waarheid niet kennen, maar juist omdat jullie die wel kennen — en uit de waarheid komt geen enkele leugen voort. 22Wie is de leugenaar, anders dan degene die ontkent dat Jezus de Christus is? Dat is de antichrist, die de Vader en de Zoon verloochent. 23Niemand die de Zoon verloochent, heeft de Vader. Wie de Zoon belijdt, heeft ook de Vader.
24Laat bij jullie blijven wat jullie vanaf het begin hebben gehoord. Als in jullie blijft wat jullie vanaf het begin hebben gehoord, zullen ook jullie in de Zoon en de Vader blijven. 25En dit is de belofte die hij ons zelf heeft gedaan: het eeuwige leven.
26Dit schrijf ik jullie over hen die jullie op een dwaalspoor proberen te brengen. 27Wat jullie betreft: de zalving die jullie van hem hebben ontvangen, blijft in jullie, en jullie hebben niet nodig dat iemand jullie onderwijst. Maar omdat zijn zalving jullie over alles onderwijst — waar en geen leugen — moeten jullie in hem blijven, zoals ze jullie heeft geleerd.
28En nu, lieve kinderen, blijf in hem, zodat we vol vertrouwen zijn wanneer hij verschijnt en bij zijn komst niet beschaamd voor hem hoeven terug te deinzen. 29Als jullie weten dat hij rechtvaardig is, weten jullie ook dat iedereen die doet wat juist is, uit hem geboren is.