De Vader wekt zijn Zoon op
De vrouwen komen bij het aanbreken van de dag bij het graf en vinden het open, de wachters als doden, en een engel die zegt dat zijn Vader hem heeft opgewekt. De soldaten worden betaald om te zeggen dat het lichaam is gestolen. Op een berg in Galilea twijfelen sommigen nog, toch worden ze allemaal naar alle volken gezonden.
28 1Na de sabbat, bij het aanbreken van de dag op de eerste dag van de week, kwamen Maria uit Magdala en de andere Maria naar het graf kijken. 2Plotseling was er een zware aardbeving, want een engel van onze Vader kwam uit de hemel neer, rolde de steen weg en ging erop zitten. 3Zijn verschijning was als een bliksem en zijn kleren waren wit als sneeuw. 4De bewakers beefden van angst voor hem en werden als doden. 5Maar de engel zei tegen de vrouwen: “Wees niet bang, want ik weet dat jullie Jezus zoeken, die gekruisigd is. 6Hij is hier niet; hij is opgestaan, zoals hij gezegd heeft. Kom, zie de plaats waar hij heeft gelegen. 7Ga snel en zeg tegen zijn leerlingen: Hij is opgestaan uit de dood. Kijk, hij gaat voor jullie uit naar Galilea; daar zullen jullie hem zien. Luister, ik heb het jullie gezegd.”
8Ze verlieten snel het graf, met angst en grote vreugde, en renden om het aan zijn leerlingen te vertellen.
9Plotseling kwam Jezus hun tegemoet en zei: “Gegroet!” Ze kwamen naar hem toe, grepen zijn voeten en aanbaden hem. 10Toen zei Jezus tegen hen: “Wees niet bang. Ga en zeg tegen mijn broeders dat ze naar Galilea moeten gaan; daar zullen ze mij zien.”
Het verzonnen verhaal van de bewakers
11Terwijl ze onderweg waren, gingen enkele bewakers de stad in en vertelden de hogepriesters alles wat er gebeurd was. 12Nadat ze met de oudsten overlegd hadden en een plan hadden gemaakt, gaven ze de soldaten een grote som geld, 13en zeiden tegen hen: “Zeg: Zijn leerlingen zijn ’s nachts gekomen en hebben hem gestolen terwijl wij sliepen. 14Als dit de gouverneur ter ore komt, zullen wij hem overtuigen en zorgen dat jullie geen problemen krijgen.” 15Ze namen het geld aan en deden wat hun gezegd was; dit verhaal doet tot op de dag van vandaag de ronde onder de Joden.
De opdracht van de Vader aan alle volken
16Toen gingen de elf leerlingen naar Galilea, naar de berg die Jezus hun had aangewezen. 17Toen ze hem zagen, aanbaden ze hem, maar sommigen twijfelden.
18Jezus kwam naar hen toe en zei: “Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde. 19Ga daarom op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen, door hen te dopen in de naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest, a a v19 De naam is enkelvoud: één naam, drie Personen — de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. 20en leer hun alles te doen wat ik jullie heb opgedragen. Vergeet niet: ik ben altijd bij jullie, tot aan het einde van de tijd.”