Asdod valt in handen van Assyrië
Onze Vader zegt Jesaja zijn rouwgewaad en sandalen uit te doen en drie jaar ontkleed en blootsvoets te lopen: een levend beeld van gevangenen die ontbloot worden weggevoerd. Het is gericht tegen Juda's vertrouwen op die bondgenoten. De kuststreek vraagt hoe zij kan ontkomen.
20 1In het jaar dat de opperbevelhebber naar Asdod kwam, gestuurd door Sargon, de koning van Assyrië, streed hij tegen Asdod en nam het in.
2In die tijd sprak onze Vader door Jesaja, de zoon van Amoz: “Maak het rouwkleed van je middel los en trek de sandalen van je voeten.” Hij deed dat en liep ontbloot en op blote voeten rond. 3Toen zei onze Vader: “Zoals mijn dienaar Jesaja drie jaar lang ontbloot en op blote voeten heeft rondgelopen, als een teken en een voorteken tegen Egypte en Kus, a a v3 Kus is de oude naam voor het gebied dat nu Soedan en het noorden van Ethiopië beslaat. 4zo zal de koning van Assyrië de gevangenen van Egypte en de ballingen van Kus wegvoeren, jong en oud, naakt en op blote voeten, met ontblote billen—zo ontbloot hij de schande van Egypte. 5Dan zullen zij verslagen en beschaamd zijn vanwege Kus, hun hoop, en Egypte, waarop zij zich beroemden. 6Op die dag zullen de mensen van deze kuststreek zeggen: ‘Kijk wat er geworden is van onze hoop, waarheen wij vluchtten om hulp, om gered te worden van de koning van Assyrië! Hoe kunnen wij dan ontkomen?’”