Een bron geopend voor reiniging
Er wordt een bron geopend om zonde af te wassen, afgoden en valse profeten worden opgeruimd, en de herder wordt geslagen zodat de schapen verstrooid raken. Een derde deel wordt door het vuur geleid en gelouterd, totdat hij zegt dat zij zijn kinderen zijn en zij zeggen: Onze Vader.
13 1Op die dag zal er een bron geopend worden voor het huis van David en de inwoners van Jeruzalem, om hen te reinigen van zonde en onreinheid.
2Op die dag, zegt de Vader van de hemelse legermachten, zal ik de namen van de afgoden uit het land wegsnijden, zodat ze niet meer herinnerd worden; en ik zal de profeten en de geest van onreinheid uit het land verwijderen.
3Als iemand dan nog profeteert, zullen zijn vader en moeder, die hem hebben voortgebracht, tegen hem zeggen: “Je moet sterven, want je hebt leugens gesproken in de naam van onze Vader.” En wanneer hij profeteert, zullen zijn vader en moeder, die hem hebben voortgebracht, hem doorsteken.
4Op die dag zal elke profeet zich schamen voor zijn visioen wanneer hij profeteert; en ze zullen geen harige mantel meer dragen om te bedriegen.
5Maar hij zal zeggen: “Ik ben geen profeet; ik ben een boer, want het land is mijn bezit sinds mijn jeugd.” 6Als iemand hem vraagt: “Wat zijn dat voor wonden tussen je handen?” zal hij zeggen: “Ik ben verwond in het huis van mijn vrienden.” a a v6 De uitdrukking “tussen je handen” is een oude zegswijze voor wonden die zichtbaar zijn aan de voorkant van het lichaam.
De herder geslagen, de schapen verstrooid
7Ontwaak, zwaard, tegen mijn herder, tegen de man die dicht bij mij staat, zegt de Vader van de hemelse legermachten. Sla de herder neer, en de schapen zullen verstrooid worden; en ik zal mijn hand keren tegen de kleinen. b b v7 Jezus paste dit vers op zichzelf toe in de nacht waarin hij gearresteerd werd: “Ik zal de herder neerslaan, en de schapen van de kudde zullen verstrooid worden” (Matteüs 26:31; Marcus 14:27). 8En in heel het land, zegt onze Vader, zal twee derde worden uitgeroeid en omkomen, maar een derde zal erin in leven blijven. 9Dat laatste derde zal ik in het vuur brengen; ik zal hen louteren als zilver, hen beproeven als goud. Zij zullen mijn naam aanroepen; ik zal hun antwoorden. Dan zal ik zeggen: “Zij zijn mijn kinderen,” en zij zullen zeggen: “Onze Vader.”