Gezegend is wie ontzag voor hem heeft
Een bewuste spiegel van de psalm ervoor. Wat over onze Vader werd gezegd, wordt nu gezegd over de mens die hem vreest: in het donker gaat voor hem een licht op, hij leent ruimhartig uit, en hij is niet bang voor slecht nieuws.
112 1Halleluja! Gezegend is wie ontzag heeft voor onze Vader, wie een diepe vreugde vindt in zijn geboden. 2Zijn nakomelingen zullen machtig zijn in het land; het geslacht van de oprechten zal gezegend worden. 3Welvaart en rijkdom zijn in zijn huis, en zijn gerechtigheid houdt eeuwig stand. 4Voor de oprechten gloort licht in de duisternis; hij is genadig, barmhartig en rechtvaardig. 5Het gaat goed met wie vrijgevig is en uitleent, wie zijn zaken met recht behartigt. 6Hij zal zeker nooit wankelen; de rechtvaardige zal eeuwig in herinnering blijven. 7Hij is niet bang voor slecht nieuws; zijn hart is standvastig en vertrouwt op onze Vader. 8Zijn hart is onwankelbaar; hij zal niet bang zijn, totdat hij zegevierend neerkijkt op zijn vijanden. 9Hij heeft gul uitgedeeld en aan de armen gegeven; zijn gerechtigheid houdt eeuwig stand; hij wordt hoog in ere verheven. a a v9 Paulus citeert dit vers om het blijde, gulle geven te beschrijven dat onze Vader zegent — 2 Korintiërs 9:9. 10De goddeloze ziet het en wordt woedend; hij knarst met zijn tanden en kwijnt weg; het verlangen van de goddelozen zal vergaan.