Een familie van trouwe dienaren
Een lange lijst groeten die tegelijk als bewijs dient – Febe die de brief brengt, Prisca en Aquila die hun hals riskeerden, Junia genoemd onder de apostelen, Maria en Persis die hard werkten. Eén waarschuwing tegen gladde praters, en onze Vader van de vrede die Satan vermorzelt.
16 1Ik beveel onze zuster Febe bij jullie aan, die een dienares is van de gemeente in Kenchreeën, 2zodat jullie haar in de Heer kunnen ontvangen, zoals het past bij het volk van onze Vader, en haar helpen met alles wat zij van jullie nodig heeft — zij heeft velen gesteund, ook mij.
3Groet Prisca en Aquila, mijn medewerkers in Christus Jezus, 4die hun eigen leven voor mij op het spel hebben gezet — niet alleen ik dank hen, maar ook alle gemeenten uit de volken. 5Groet ook de gemeente die bij hen thuis samenkomt. Groet mijn dierbare Epenetus, de eersteling van Asia voor Christus. 6Groet Maria, die hard voor jullie heeft gewerkt. 7Groet Andronikus en Junia, mijn mede-Joden en medegevangenen, die in aanzien staan bij de apostelen en al eerder dan ik in Christus waren. 8Groet Ampliatus, mijn geliefde in de Heer. 9Groet Urbanus, onze medewerker in Christus, en mijn geliefde Stachys. 10Groet Apelles, die beproefd is in Christus. Groet hen die tot het huis van Aristobulus behoren. 11Groet Herodion, mijn mede-Jood. Groet hen uit het huis van Narcissus die in de Heer zijn. 12Groet Tryfena en Tryfosa, die werken in de Heer. Groet mijn geliefde Persis, die hard heeft gewerkt in de Heer. 13Groet Rufus, uitgekozen in de Heer, en zijn moeder, die ook voor mij een moeder is. 14Groet Asynkritus, Flegon, Hermes, Patrobas, Hermas en de broeders en zusters die bij hen zijn. 15Groet Filologus, Julia, Nereus en zijn zuster, en Olympas, en heel het volk van onze Vader dat bij hen is. 16Groet elkaar met een heilige kus. Alle gemeenten van Christus groeten jullie.
17Broeders en zusters, ik dring er bij jullie op aan: let op hen die verdeeldheid en struikelblokken veroorzaken, tegen de leer in die jullie hebben geleerd, en keer je van hen af. 18Want zulke mensen dienen niet onze Heer Christus, maar hun eigen begeerten, en met mooie praatjes en vleierij misleiden zij de harten van argeloze mensen. 19Jullie gehoorzaamheid is iedereen ter ore gekomen, daarom verheug ik mij over jullie; maar ik wil dat jullie wijs zijn in het goede en onschuldig in het kwade. 20Onze Vader van de vrede zal Satan binnenkort onder jullie voeten verpletteren; de genade van onze Heer Jezus Christus zij met jullie. a a v20 De belofte dat de vijand onder jullie voeten verpletterd zal worden, reikt helemaal terug tot de eerste belofte in de tuin — onze Vader heeft altijd de bedoeling gehad om de slang te verslaan en zijn kinderen thuis te brengen.
21Timoteüs, mijn medewerker, groet jullie; en ook Lucius, Jason en Sosipater, mijn mede-Joden. 22Ik, Tertius, die deze brief heeft opgeschreven, groet jullie in de Heer. 23Gajus, die mij en de hele gemeente gastvrij ontvangt, groet jullie. Ook Erastus, de penningmeester van de stad, en onze broeder Quartus groeten jullie. b b v23 De vroegste handschriften hebben hier geen vers 24; latere afschriften voegen toe: “De genade van onze Heer Jezus Christus zij met jullie allen. Amen.”
25Aan hem nu die jullie kan sterken — door mijn evangelie en de verkondiging van Jezus Christus, door de onthulling van het geheim dat eeuwenlang verborgen is geweest, 26maar dat nu onthuld en bekendgemaakt is door profetische geschriften, in opdracht van onze eeuwige Vader, om alle volken tot de gehoorzaamheid van het geloof te brengen, 27aan onze enige wijze Vader komt door Jezus Christus de eer toe, voor eeuwig! Amen. c c v27 Paulus' afsluitende lofprijzing stijgt op naar onze Vader — de enige wijze God — en zij gaat door Jezus Christus heen, degene die de weg naar huis heeft geopend.