Saul en zijn zonen sneuvelen in de strijd
Het eerste verhaal van het boek is een nederlaag. Saul, gewond, stort zich in zijn eigen zwaard; zijn zonen sterven met hem en de Filistijnen spijkeren zijn hoofd vast in hun tempel. Jabes in Gilead haalt de lichamen terug. Het oordeel: ontrouw – hij zocht onze Vader niet – en het koningschap gaat over op David.
10 1De Filistijnen streden tegen Israël; de mannen van Israël vluchtten voor hen en vielen dodelijk gewond op de berg Gilboa. 2De Filistijnen achtervolgden Saul en zijn zonen en doodden Jonatan, Abinadab en Malkisua, de zonen van Saul. 3De strijd werd hevig rondom Saul; de boogschutters haalden hem in en verwondden hem zwaar. 4Saul zei tegen zijn wapendrager: “Trek je zwaard en doorsteek mij, anders komen deze onbesneden mannen mij mishandelen.” Maar hij weigerde, want hij was bang. Toen nam Saul zelf het zwaard en liet zich erin vallen.
5Toen zijn wapendrager zag dat Saul dood was, liet ook hij zich in zijn zwaard vallen en stierf. 6Zo stierf Saul, en zijn drie zonen, en heel zijn huis stierf samen met hem.
7Toen de Israëlieten in het dal zagen dat het leger gevlucht was en dat Saul en zijn zonen dood waren, verlieten zij hun steden en vluchtten. De Filistijnen kwamen en gingen erin wonen.
8De volgende dag kwamen de Filistijnen om de doden te plunderen, en zij vonden Saul en zijn zonen gesneuveld op de berg Gilboa. 9Zij plunderden hem, namen zijn hoofd en zijn wapenrusting en stuurden boden door heel het land van de Filistijnen om het bekend te maken aan hun afgoden en aan het volk. 10Zij legden zijn wapens in de tempel van hun goden en spijkerden zijn hoofd vast in de tempel van Dagon.
11Maar toen alle inwoners van Jabes in Gilead alles hoorden wat de Filistijnen Saul hadden aangedaan, 12stonden al hun strijdbare mannen op, namen het lichaam van Saul en de lichamen van zijn zonen, brachten ze naar Jabes, begroeven hun beenderen onder de eik van Jabes en vastten zeven dagen.
13Zo stierf Saul om zijn ontrouw tegenover onze Vader—hij hield zich niet aan het woord van onze Vader en raadpleegde zelfs een geestenbezweerder om raad. 14Hij zocht onze Vader niet, en daarom doodde onze Vader hem en droeg hij het koninkrijk over aan David, de zoon van Isaï.