Korachieten: een lied van verlangen
Voor de koorleider. Op de wijs van De Gittit. Een psalm van de Korachieten.
Een pelgrim benijdt de mus die het hele jaar bij het altaar van onze Vader mag nestelen. Op hun tocht door een dor dal laten de reizigers bronnen achter, en gaan ze van kracht tot kracht. Eén dag in die voorhoven is beter dan duizend ergens anders.
84 1Wat is uw woning lieflijk, Vader van de hemelse legers! 2Mijn ziel verlangt, ja, bezwijkt van verlangen naar de voorhoven van onze Vader; mijn hart en mijn lichaam juichen onze levende Vader toe. 3Zelfs de mus heeft een huis gevonden, en de zwaluw een nest voor zichzelf, waar zij haar jongen kan grootbrengen—bij uw altaren, Vader van de hemelse legers, mijn Koning en mijn Vader. 4Gelukkig zij die in uw huis wonen; zij blijven u altijd loven.
5Gelukkig is de mens wiens kracht in u ligt, in wiens hart de wegen naar Sion zijn. 6Wanneer zij door het dal van Baka trekken, maken zij het tot een oord van bronnen; ook de vroege regen bedekt het met zegeningen. a a v6 Baka betekent ‘huilen’. Op de weg naar onze Vader wordt zelfs het dal van tranen een oord van bronnen. 7Zij gaan van kracht tot kracht; ieder van hen verschijnt voor onze Vader in Sion. 8Vader van de hemelse legers, hoor mijn gebed; luister, God van Jakob.
9Zie ons schild, onze Vader, en aanschouw uw gezalfde. b b v9 ‘Uw gezalfde’ verwijst naar de koning van Israël, de door God gekozen heerser die voor zijn volk is afgezonderd. 10Want één dag in uw voorhoven is beter dan duizend elders. Ik wil liever een drempelwachter zijn in het huis van mijn Vader dan wonen in de tenten van goddeloosheid. 11Want onze Vader is een zon en een schild; onze Vader schenkt genade en eer; hij onthoudt niets goeds aan wie oprecht leven. 12Vader van de hemelse legers, gelukkig is de mens die op u vertrouwt!