De geslachten van Benjamin: de afstamming van Saul
De families van Benjamin in detail, gevolgd tot Gibeon en Jeruzalem, en doorlopend tot Kis, Saul, Jonatan en hun zonen en kleinzonen. De eerste koning van Israël krijgt hier geen verhaal, alleen voorouders en nakomelingen, vermeld zoals ieder ander.
8 1Benjamin verwekte Bela, zijn eerstgeborene, Asbel als tweede, Achrach als derde, 2Noha als vierde en Rafa als vijfde. 3Bela had zonen: Addar, Gera, Abihud, 4Abisua, Naäman, Achoach, 5Gera, Sefufan en Huram. 6Dit waren de zonen van Echud — zij waren de hoofden van de geslachten die in Geba woonden en werden weggevoerd naar Manachath: 7Naäman, Achia en Gera — Gera voerde hen weg — en hij verwekte Uzza en Achihud.
8Saharaïm verwekte kinderen in het gebied van Moab, nadat hij zijn vrouwen Husim en Baära had weggestuurd. 9Bij zijn vrouw Hodes verwekte hij Jobab, Zibja, Mesa, Malkam, 10Jeüz, Sochja en Mirma. Dit waren zijn zonen, hoofden van families. 11Bij Husim verwekte hij Abitub en Elpaäl. 12De zonen van Elpaäl: Eber, Misam en Semed, die Ono en Lod met de omliggende dorpen bouwde, 13Beria en Sema waren familiehoofden van de inwoners van Ajjalon; zij verdreven de inwoners van Gath. 14Achio, Sasak, Jeremoth, 15Zebadja, Arad, Eder, 16Michaël, Jispa en Joha waren de zonen van Beria. 17Zebadja, Mesullam, Hizki, Heber, 18Jismerai, Jizlia en Jobab waren de zonen van Elpaäl. 19Jakim, Zichri, Zabdi, 20Eliënai, Zilletai, Eliël, 21Adaja, Beraja en Simrath waren de zonen van Simi. 22Jispan, Eber, Eliël, 23Abdon, Zichri, Hanan, 24Hananja, Elam, Antotia, 25Jifdeja en Penuël waren de zonen van Sasak. 26Samserai, Seharja, Atalja, 27Jaäresja, Elia en Zichri waren de zonen van Jerocham. 28Dit waren familiehoofden en leiders, opgetekend in hun geslachtsregisters; zij woonden in Jeruzalem.
29In Gibeon woonde de vader van Gibeon, wiens vrouw Maächa heette, 30en zijn eerstgeboren zoon was Abdon, daarna Zur, Kis, Baäl, Nadab, 31Gedor, Achio en Zecher. 32Mikloth verwekte Simea. Ook zij woonden bij hun verwanten in Jeruzalem.
33Ner verwekte Kis, Kis verwekte Saul, en Saul verwekte Jonatan, Malkisua, Abinadab en Esbaäl. 34De zoon van Jonatan was Merib-Baäl, en Merib-Baäl verwekte Micha. 35De zonen van Micha: Piton, Melech, Tarea en Achaz. 36Achaz verwekte Joadda, Joadda verwekte Alemeth, Azmaveth en Zimri, en Zimri verwekte Mosa. 37Mosa verwekte Binea; Rafa was zijn zoon, Elasa zijn zoon, Asel zijn zoon. 38De zes zonen van Asel: Azrikam, Bocheru, Ismaël, Searja, Obadja, Hanan — allen zonen van Asel. 39De zonen van Esek, zijn broer: Ulam, zijn eerstgeborene, Jeüs als tweede en Elifelet als derde. 40De zonen van Ulam waren dappere krijgers, bedreven boogschutters, met veel zonen en kleinzonen — honderdvijftig in totaal. Al dezen waren zonen van Benjamin.