Het verhaal van onze Vader begint: Adam tot Abraham
De geschiedenis van Israël opnieuw verteld aan de hand van het koningschap van David, met de eredienst in het middelpunt. Door de geslachtsregisters en liederen heen klinkt de belofte van een Vader aan Zijn zoon, en een uitnodiging om Hem te zoeken.
1 1Adam, Set, Enos, 2Kenan, Mahalalel, Jered, 3Henoch, Metuselach, Lamech, 4Noach, Sem, Cham en Jafet.
5De zonen van Jafet: Gomer, Magog, Madai, Javan, Tubal, Mesech en Tiras. 6De zonen van Gomer: Askenaz, Difat en Togarma. 7De zonen van Javan: Elisa, Tarsis, de Kittieten en de Rodanieten.
8De zonen van Cham: Kus, Misraïm, Put en Kanaän. 9De zonen van Kus: Seba, Chawila, Sabta, Raäma en Sabteka. De zonen van Raäma: Seba en Dedan. 10Kus verwekte Nimrod; hij was de eerste die een machtige heerser op aarde werd. 11Misraïm verwekte de Ludieten, de Anamieten, de Lehabieten, de Naftuhieten, 12de Patrusieten, de Kasluhieten (van wie de Filistijnen afstammen) en de Kaftorieten. 13Kanaän verwekte Sidon, zijn eerstgeborene, en Het, 14en de Jebusieten, de Amorieten, de Girgasieten, 15de Hevieten, de Arkieten, de Sinieten, 16de Arvadieten, de Semarieten en de Hamatieten.
17De zonen van Sem: Elam, Assur, Arpachsad, Lud en Aram; en de zonen van Aram: Us, Hul, Geter en Mesech. 18Arpachsad verwekte Selach, en Selach verwekte Heber. 19Heber kreeg twee zonen: de een heette Peleg, omdat de aarde in zijn dagen verdeeld werd, en zijn broer heette Joktan. 20Joktan verwekte Almodad, Selef, Hazarmavet, Jerach, 21Hadoram, Uzal, Dikla, 22Ebal, Abimaël, Seba, 23Ofir, Chawila en Jobab. Al dezen waren de zonen van Joktan. 24Sem, Arpachsad, Selach, 25Heber, Peleg, Reü, 26Serug, Nachor, Terach, 27Abram, dat is Abraham.
De belofte van de Vader door Abraham
28De zonen van Abraham: Isaak en Ismaël. 29Dit zijn hun afstammingslijsten: de eerstgeborene van Ismaël was Nebajot; daarna Kedar, Adbeël, Mibsam, 30Misma, Duma, Massa, Hadad, Tema, 31Jetur, Nafis en Kedma. Dit zijn de zonen van Ismaël.
32Ketura, de bijvrouw van Abraham, baarde Zimran, Joksan, Medan, Midjan, Jisbak en Suach. De zonen van Joksan: Seba en Dedan. 33De zonen van Midjan: Efa, Efer, Henoch, Abida en Eldaä. Al dezen waren de zonen van Ketura.
34Abraham verwekte Isaak. De zonen van Isaak: Esau en Israël.
De zonen van Esau
35De zonen van Esau: Elifaz, Reüel, Jeüs, Jalam en Korach. 36De zonen van Elifaz: Teman, Omar, Sefi, Gatam, Kenaz, Timna en Amalek. 37De zonen van Reüel: Nachat, Zerach, Samma en Mizza.
38De zonen van Seïr: Lotan, Sobal, Sibon, Ana, Dison, Eser en Disan. 39De zonen van Lotan: Hori en Homam; en de zuster van Lotan was Timna. 40De zonen van Sobal: Aljan, Manachat, Ebal, Sefi en Onam. De zonen van Sibon: Aja en Ana. 41De zonen van Ana: Dison. De zonen van Dison: Hamran, Esban, Jitran en Keran. 42De zonen van Eser: Bilhan, Zaävan en Jaäkan. De zonen van Disan: Us en Aran.
43Dit zijn de koningen die in het land Edom regeerden voordat er een koning over de Israëlieten regeerde: Bela, de zoon van Beor, wiens stad Dinhaba heette. 44Toen Bela stierf, regeerde Jobab, de zoon van Zerach uit Bosra, in zijn plaats. 45Toen Jobab stierf, regeerde Husam uit het land van de Temanieten in zijn plaats. 46Husam stierf; Hadad, de zoon van Bedad, die Midjan versloeg in het land Moab, regeerde in zijn plaats; zijn stad heette Avit. 47Toen Hadad stierf, regeerde Samla uit Masreka in zijn plaats. 48Toen Samla stierf, regeerde Saul uit Rechobot aan de Rivier in zijn plaats. 49Toen Saul stierf, regeerde Baäl-Chanan, de zoon van Achbor, in zijn plaats. 50Baäl-Chanan stierf; Hadad regeerde in zijn plaats. Zijn stad heette Pai; zijn vrouw was Mehetabel, de dochter van Matred, de dochter van Me-Zahab. 51En Hadad stierf. De stamhoofden van Edom waren: stamhoofd Timna, stamhoofd Alja, stamhoofd Jetet, 52stamhoofd Oholibama, stamhoofd Ela, stamhoofd Pinon, 53stamhoofd Kenaz, stamhoofd Teman, stamhoofd Mibsar, 54stamhoofd Magdiël, stamhoofd Iram. Dit waren de stamhoofden van Edom.